2.5  Not in My Backyard: over ongevraagde gasten


8461 woorden, leestijd: 42 minuten
(inclusief het boek ‘NIMBY’)





Ik kan het me niet meer precies herinneren waar we elkaar voor het eerst als soort hebben ontmoet, maar ik heb wel het licht onbehaaglijke gevoel onthouden dat ik aan deze ontmoeting overhield. Het onbehaaglijke, bevreemdende gevoel dat op je komt hangen als een klamme vaatdoek in je nek. Het gevoel dat als je iets opmerkt, maar niet precies kan aanwijzen wat. Hoe kan je ook zien als je naar iets ongedefinieerd blijft staren, maar het niet kan benoemen. Wat als de blinde vlek in je hoofd zit, en niet in je oog.

Het was een verloren plek tussen de altijd drukke afritten van de autoweg, langs een hoopje troosteloze steenweg en de hypermarkt op het kruispunt. Daar op die plek, waar duizenden wagens dagelijks voorbijrazen en waarvan hun bestuurders het verloren stukje groen geen blik geven, was er iets aan het veranderen. De vermeerdering was al ingezet, de invasie gestart. Ze verspreidde zich eerst onder de grond en maakte ontelbare aaneengeschakelde vertakkingen die elk opnieuw konden ontkiemen. Kiemkracht.

Daar op die plek, is de transformatie me beginnen op te vallen. In de vele autoritten waarbij mijn blik telkens van de weg afdwaalde naar het verloren stukje land dat stevig ingeklemd zat tussen de vele ruimtelijke invullingen van de stadsrand. Ik had het waarschijnlijk al eerder opgemerkt, maar nooit veel aandacht aan geschonken. Een enkeling valt niet op, maar het organisme groeide steeds sneller, dieper en hoger tot er niet meer aan te ontsnappen viel. De plant die ik niet herkende was plots overal en vormde een ondoordringbaar baken.

Ze eigende zich deze plek toe, en veroverde elk jaar opnieuw meer territorium. De invasie was ingezet, en er was nauwelijks verzet tegen het woekerende organisme.

Het laatste luik van de tentoonstelling omvatte een serie werken rond de Japanse Duizendknoop, en andere agressieve invasieve exoten die aan een sterke opmars bezig zijn in onze contreien.




2.5.1. Mutating Ecologies




Het drieluik Mutating Ecologies III bestaat uit anthotypes gemaakt met emulsies van de Amerikaanse Vogelkers en de Reuzenspringbalsemien, een andere invasieve soort die zich vooral nestelt rond waterkanten en net als de Duizendknoop de inheemse soorten overwoekert en bedreigt. Ook stelt zich hier weer de vraag of de invasieve planten vandaag niet de inheemse soorten van morgen zullen zijn.[1]

Deze reeks handelt over de recente mutatie van het ecosysteem rond de roodkleurige, ijzerhoudende Mangelbeek in Heusden-Zolder. In slechts een periode van 10 jaar veranderde het gebied met een vooral inheemse vegetatie naar een gemuteerd exotisch landschap, waarin ik me niet meer kon herkennen. Het landschap had een zo grote transformatie doorgemaakt, dat ik er mijn oriëntatie verloor. Geografisch was er niets veranderd, maar het was niet meer hetzelfde milieu. In plaats van de bekende inheemse fauna, was de rivierbedding begroeit met overwoekerende aantallen van de Japanse duizenknoop, de Reuzenspringbalsemien, de rhododendron, de Reuzebereklauw, de Acacia en de Amerikaanse Vogelkers.






[1]Mancuso, S. (2020). The Incredible Journey of Plants. NY: Other Press.












2.5.2 NIMBY

Not in My Backyard.
An (Incomplete) Visual, Physical & Societal Dissection of the (Invasive Alien) Plant Species Japanese Knotweed




Het laatste luik van de tentoonstelling omvatte een serie werken rond de Japanse Duizendknoop, een agressieve invasieve exoot die aan een sterke opmars bezig is in onze contreien. De plekken die hierboven beschreven worden zien we in de beelden die gepresenteerd worden op drie lichtbakken, de planten gedijen het best op plekken zoals deze, tussenzones, stadsranden, leegstaand gebied, wastelands.




De ruimte van de Kleine Toren werd omgetoverd tot een installatie waarin Duizendknoopplanten gekweekt worden tot ‘levende beeldmakers’ door middel van fotosynthese. Deze methode waarbij levende planten worden ingezet om fotografische beelden te creëren wordt ook wel chlorofylprints genoemd. De installatie refereert tevens naar het werk ‘Exote I’ door Kris Verdonck, die te zien was in Z33 in 2011, waarin de Japanse duizendknoop en andere invasieve planten getoond werden in een museale context. Terwijl Verdonck het publiek vooral wou waarschuwen voor de opmars van deze exotische soorten, moeten we ons vandaag afvragen of we de Japanse duizendknoop nog wel kunnen zien als exoot, omdat ze zich al zo stevig heeft verankerd in het Europese landschap, en ze er ook niet meer uit zal verdwijnen.




Het grootste deel van de ruimte werd ingenomen door het boekproject NIMBY dat het resultaat is van een intense samenwerking met Niek Kosten, waarin we onze onderzoeks-expertise bundelden. Het boek “Not in My Backyard. An (Incomplete) Visual, Physical & Societal Dissection of the (Invasive Alien) Plant Species Japanese Knotweed”[1]belicht een aantal experimenten en werkmethodes die verschillende visuele en verbeeldende strategieën hanteren om in verbinding te gaan met de problematiek van Invasieve planten en onze natuurlijke habitat als een geheel. Het presenteert een collectie van rizomatische ideeën, invasieve inzichten en artistieke interpretaties, aangepast aan een wereld volop in transformatie. Door te corresponderen en in onderhandeling te gaan over de positie van de plant in onze samenleving kunnen we mogelijks nieuwe manieren vinden van samenleven.



Ook toont het boek de resultaten van een participatieve workshop met deelnemers uit verschillende disciplines (fotografie, kunst, design, grafische vormgeving). In plaats van de exoten met grove middelen te bestrijden zochten de deelnemers naar manieren om met de Duizendknoop te leren omgaan op een constructieve en ecologische manier, en de plant in het onderzoeksproces te betrekken als participant en co-auteur. Zo ontwikkelden ze onder meer papier op basis van Duizendknoop, maakten emulsies en drankjes, en verwerkten de geplette vezels tot gebruiksvoorwerpen.

Door middel van deze artistieke acties proberen Niek Kosten en ik de Duizendknoop te ontwarren en zo het debat over deze ongewenste exoten en de identiteit van het Vlaamse landschap open te breken. Ironisch genoeg is de verspreiding van heel wat exoten niet alleen maar te wijten aan de effecten van de globalisering maar al te vaak het gevolg van modegrillen in de tuinarchitectuur, Amerikaanse Vogelkers is daar een uitstekend voorbeeld van en ook de Duizendknoop werd geïntroduceerd als sierplant. Door het zichtbaar maken van de uiteenlopende facetten van de problematiek trachten we de com­plexiteit van het verhaal terug in het debat te brengen en niet alleen te focussen op de negatieve effecten, maar ook op opportuniteiten.

Gaan we alles in het werk stellen om deze ongenode gasten te bestrijden, of kunnen we beter zoeken naar een nieuwe manieren van samenleven?






[1] Vrancken, K., Kosten, N. (2021) Not in My Backyard, an (incomplete) Visual, Physical & Societal Dissection of the (Invasive Alien) Plant Species Japanese Knotweed. Brussel: Luca School of Arts